Van links naar rechts Liduina, Tiny (mijn moeder), Nicolaas Jozef (mijn vader), Ikke, Magda, Veronika, Het meisje achter mijn broer Ignace, is Cecilia, Het kleine meisje vooraan is Felicita's. (foto is genomen in 1963 op mijn plechtige communie)



Het Gezin | Leven met Klinefeltermoza´ek XyXXy
Geboren in het Mijndorp Terwinselen. Ontstaan doordat er kolen werden ontgonnen op de staatsmijn Wilhelmina. Mijn vader werkte er als bovengronder, eerst in het onderhoud, daarna als calculator. Terwinselen is een kerkdorp van Kerkrade. Mijn moeder kwam van Termaar een gehuchtje van Klimmen, waar ze een café hadden en een gezin van 15 kinderen. Ik ben geboren in een gezin van 7 kinderen. Ik was het derde kind, de eerste zoon.
Alles over ons gezin in dit hoofdstukje.


    Laat ik een ding voorop stellen. Dit is mijn visie. Ieder kind heeft een plaats in een gezin en elk kind bekijkt dat gezin vanuit zijn gevoel en standpunt. Elk kind is om een of de andere reden ook anders behandeld, bewust of onbewust.

    Mijn vader.
    Voordat ik hier verder op in ga, wil ik iets vertellen over het gezin waarin hij is groot gebracht. Ik ben namelijk van mening dat we allemaal het verleden van onze voorouders meeslepen en steeds weer proberen dit door te geven aan de mensen met wie we omgaan. Zowel de goede als de slechte eigenschappen.

    Mijn opa trouwde op zijn 45ste levensjaar met zijn nichtje, mijn oma. Zijn eerste vrouw, was de tante van mijn oma. Uit het eerste huwelijk nam mijn opa een kind mee. Mijn oma was pas 22 jaar. Toch was het in het gezin Crutzen mijn oma die het voor het zeggen had.
    Mijn oma kon niet overweg met haar nichtje, waar ze tevens stiefmoeder van was. Dit kind werd al vlak na het huwelijk, ondergebracht in het klooster van Simpelveld. Blijkbaar aarde het kind niet en komt het na een jaar weer terug naar het gezin van mijn vader. Op papier is dat ook zo, maar in werkelijkheid werd ze ondergebracht bij familie in Vaals. Zo is mij verteld door familie uit Vaals.
    In 1925 toen ze 12 jaar was, werd ze ondergebracht in een hotel in Ede (Gelderland). In 1929 komt ze terug uit Ede, na twee maanden vertrekt ze weer naar een hotel in Brunssum. Daarna keert ze niet meer terug in het gezin Crutzen, waar ze nooit in verbleven heeft.

    Waarom vertel ik dit zo uitgebreid. Ik denk namelijk dat het gedrag van mijn oma alles te maken heeft met het gedrag van mijn vader. Mijn vader (geb 1924) werd van zijn geboorte af geconfronteerd met een halfzus, die om een of andere reden gedumpt was. De werkelijke reden zullen ze hem wel nooit verteld hebben.

    In huize Crutzen was het mijn oma, zoals ik al zei, die het voor het zeggen had. Mijn opa was zoals ze hier in Limburg zouden zeggen "inge schloep". Een man die Gods water over Gods akker liet lopen. Een man die je, volgens de overlevering, niet kwaad kon krijgen. Mijn opa was 50 jaar toen mijn vader geboren werd. Mijn vader heeft daar altijd problemen mee gehad, omdat hij geen vader had die met hem speelde. Wel was mijn opa een man die met zijn kinderen altijd wandelen ging en veel met zijn kinderen kaartspelen deed. Mijn opa was doordat hij al zo oud was ook een persoon die zijn kinderen opvoedde met de ideeën van 2 generaties ervoor.
    Mijn oma regelde dus alles. Toen men besloot in 1924 een winkelhuis te bouwen in eigen beheer was het mijn oma die alles regelde. Mijn opa was daar blijkbaar niet toe instaat.
    Hier aan zou me kunnen ontleden, dat dit de drijfveer voor mijn vader was, al zijn dochters te laten studeren, omdat hij in zijn eigen gezin had gezien hoe belangrijk het was dat een vrouw meer rechten had, dan alleen maar het aanrecht. Mijn oma liep in die tijd tegen een heleboel conservatieve zekerheden van de toenmalige tijd. Vastberaden deed ze die allemaal overwinnen. Mijn vader wilde dat zijn dochters dezelfde vastberadenheid ten toon spreidde, en dat is aardig gelukt.

    Mijn opa had bij een mijnongeluk een hand verloren en was invalide. Hij kon ook inderdaad niet veel meer.
    Mijn vader werd door zijn moeder door en door verwend. Ook zijn 2 jaar oudere broer deelde dat lot. Zijn zus, die 4 jaar ouder was, niet. Zij stond samen met haar moeder ten dienste van het gezin. Mocht tot haar zestiende niet alleen de straat op, en moest altijd hard werken. Mijn vader heeft tijdens het verblijf in het gezin weinig invloed van buitenaf gehad. Hij heeft tot zijn huwelijk in 1948 altijd onder de hoede van zijn moeder geweest. Zijn broer werd in 1935, toen hij van de lagere school afkwam, gedwongen om priester te gaan studeren in VroenHof in Houthem/Valkenburg. Na een jaar gaf hij de brui eraan en keerde weer terug in het gezin. Zijn moeder wist hem echter te overreden om het toch nog eens te proberen, wat hij dan ook deed. Na wederom 2 jaar gaf hij het definitief op. Ging daarna naar de HBS in Heerlen en haalde in 1943 het diploma hij was toen 21 jaar oud. Kreeg meteen een baan bij DSM. Waar hij de rest van zijn beroepsleven ook gebleven is.

    De enige invloed die mijn vader in zijn leven gehad heeft was de invloed van de Volkskrant. Uitzonderlijk voor die tijd een abonnement op die krant hier in het rijke roomse leven. Het abonnement deelde hij met zijn broer en zijn vader. Die krant was de rest van zijn leven ook zijn enige houvast. Mijn vader ging in tegenstelling tot zijn broer naar de ambachtschool, omdat hij een groot gevoel voor techniek had. En dat was ook het grote verschil met zijn broer, die nog iemand nodig had om een nagel in de muur te slaan. Omdat mijn vader super intelligent was kwam het cijfer 7 en lager niet op zijn rapporten voor. En ons werd dan ook steeds voorgehouden hoe goed hij was. Natuurlijk is het ook gemakkelijk om hoge punten te halen op een school die ver onder je niveau ligt.
    Het is dan ook verwonderlijk dat hij na de ambachtschool te hebben gedaan niet verder ging leren op de UTS in Heerlen, de latere HTS, maar ging werken als machinebankwerker op de mijn. Hij deed het onderhoud van de stoomtreinen en van de schachtkabels, tevens was hij bij de brandweer van de mijn. In 1963 kreeg hij hernia, en werd omgeschoold naar calculator/werkvoorbereider, een avondopleiding op HBO niveau. Werkvoorbereider/calculator is hij ook gebleven bijna de rest van zijn beroepsloopbaan.

    Mijn vader was een introvert man, die al vroeg in zijn leven heeft meegemaakt dat je kinderen, die niet voldeden aan de norm, werden uitgesloten, waar de vrouw belangrijker voor was, als de man. Die zich er voor schaamde dat hij in een achterbuurt geboren werd en waarvoor uiterlijkheden heel belangrijk waren. Die opgroeide in de luwte van het werkelijke leven, door zijn oude vader, heel ouderwetse ideeën er op na hield en toch progressief kon zijn. Die ontzettend kon uitvallen en weken je negeren, als het niet liep zoals hij het voor ogen had. Die op zijn wenken bediend wilde worden. Die zich moeilijk kon inleven in het gevoel van andere mensen. Er vanuit ging, dat wat hij kon, anderen ook moesten kennen. Die vond dat zijn kinderen het beter moest doen, als hij zelf. Die het niet kon accepteren als dat niet gebeurde en je dan liet vallen als een baksteen in plaats van je te stimuleren en te ondersteunen. Die geen vrienden had en ze ook niet wilde hebben. Die zijn vrouw nooit aansprak met een koosnaampje of haar voornaam. Die dat ook nooit bij mij deed. Die niet kon afwijken, dus absoluut wars was van avontuurlijke uitdagingen in wat voor een vorm dan ook.
    Het niet aanspreken met je voornaam, vond ik altijd een eigenaardig gedrag. Tegen mijn moeder zij hij altijd "sag" (In het Nederlands is dat "zeg"). Mijn moeder heeft daar wel eens iets over gezegd, maar daar trok hij zich niks van aan. Hij deed dit al altijd zo, waarom zou hij zich dan veranderen. Vanaf de tijd dat mijn moeder er iets van zei, heb ik haar altijd aangesproken met Tiny in plaats van mam (moeder). Als hij mij iets vroeg , kwam hij naast je staan en vroeg dan :" ik moet je iets vragen" Een voornam werd niet gebruikt. Hoe hij op zijn werk communiceerde weet ik niet. Ik kan het gedrag alleen maar verklaren van iemand die meent dat hij boven de mensen staat en naar zijn dienstbaar volk neerkijkt. Zijn broer sprak hij wel aan met zijn voornaam, maar die heeft steeds op zijn niveau gestaan.

    Mijn Vader, een andere kijk op
    11 jaar na zijn overlijden kom ik een man tegen in het park waar ik de hond uitlaat, die samen met mijn vader op Stork Kerkrade gewerkt heeft. Deze man ken ik al veel langer, maar door een toeval komen we er over te spreken. Ik vertelde hem namelijk mijn achternaam. Crutzen, ik ken een Crutzen van de Tunnelweg op Terwinselen. Ik zeg: dat was mijn vader, maar die woont er niet meer omdat hij inmiddels overleden is. Vertel me eens iets over die vader, want hij vertelde nooit wat over zijn werk, hij wekte altijd de indruk als of ze niet zonder hem konden, dat wel, maar hoe hij daar functioneerde nee dat wisten we niet. De laatste jaren van zijn werkzaam leven werkte hij voor de gemeente Eygelshoven, een gemeente die vlak voor de fusie stond met Kerkrade, ik ben altijd in de veronderstelling te zijn geweest dat dit kwam, omdat de werk minder werd bij Stork, maar dat bleek niet zo te zijn. Hij is daar terecht gekomen, omdat ze hem niet konden ontslaan, want anders hadden ze dat gedaan. Hij had de boel in het honderd laten lopen, functioneerde voor geen meter, hij was niet die slimme man, wat wel iedereen te horen kreeg en zoals hij zich voor deed. Zijn geluk was dat hij lid was van de ondernemingsraad, waardoor ze hem niet konden ontslaan, met 57,5 jaar is dat wel gebeurd een half jaar WW 2 jaar UWV en daarna met pensioen, want hij was ooit bovengrondse mijnwerker geweest en die konden met 60 jaar met pensioen.
    Hij had het ook stede over een Netty, Tiny zul je bedoelen zei ik tegen die man, neen zei hij ze heette Netty, Zou hij dan toch vreemd zijn gegaan, het zou me niks verwonderen.


    Mijn moeder
    .
    Mijn moeder komt uit een gezin van 15 kinderen. Zij is op een na de jongste. Ook mijn moeder had een oude vader. Deze man was 44 jaar toen hij mijn moeder kreeg. Van dit gezin weet ik nog minder af als van het gezin van mijn vader. Mijn ouders vertelde weinig over hun verleden. Dat wat ik weet, weet ik van ooms en tantes. Omdat ik bezig ben met de stamboom van de familie Crutzen, heb ik me daar ook meer in verdiept. Het enige wat ik van mijn opa Klimmen weet is dat hij een man was met weinig geduld die, om het voorzichtig uit te drukken, zijn handen ietwat los had zitten.
    Mijn moeder heeft als opleiding de huishoudschool, want in haar gezin studeerde alleen maar de mannen. Na de gewone huishoudschool heeft ze nog een bijzondere huishoudschool gedaan in Rokanje. Waar ze geleerd kreeg om voor grotere gezelschappen te koken en de omgangsvormen die men nodig had in de "huishoudens van de upperclass." Ze werkte dan ook meestal in huishouden van directeuren en opzichters van de mijnbedrijven.

    Het huwelijk
    Ze trouwden en stichten een gezin. Hoe gaat het vaak, een vrouw zoekt in haar man het evenbeeld van haar vader en de man zoekt in zijn vrouw het evenbeeld van zijn moeder. Dat is aardig gelukt. Ze pasten goed bij elkaar. Mijn vader was ook een man met weinig geduld die ontiegelijk kon uitvallen. Mijn moeder ging gewoon door met het verwennen van mijn vader, zoals mijn oma dat ook al deed. In de opvoeding hadden ze afspraken gemaakt. Je kon nooit naar je vader gaan als je het met je moeder niet eens was of andersom. Mijn vader had altijd voor zich zelf de indruk dat hij het voor het zeggen had. In werkelijkheid was dat niet zo. Mijn vader kreeg gewoon de helft niet mee van wat er zich in het gezin afspeelde. Gezien de heftige uitvallen, nam mijn moeder zich in zelfbescherming en vertelde een heleboel voorvallen niet.
    Naar de buitenwereld toe probeerde ze dan weer het ideale gezin voor te schotelen, waar alles vredig en gelukkig was en waar later de nadruk werd gelegd op het succes van die kinderen. Ik kende dat succes volgens hun visie niet, dus viel ik buiten de boot.

    Laat ik eens een voorbeeld nemen wat nog niet zolang geleden gebeurd is.
    Twee weken voor de dood van mijn vader, kwam ik nog in de gelegenheid om nog een gesprek met mijn vader te hebben. Ik vertelde mijn moeder dat ik graag wilde spreken over de relatie die ik met mijn vader had. Van vader tot zoon en van zoon tot vader. Mijn moeder verbood dit gesprek en weigerde dat ik dit gesprek mocht voeren. Ik mocht van mijn moeder geen vrede sluiten met mijn vader. Zodat hij zonder gewetenswroegingen had kunnen inslapen. Om dit weer in evenwicht te brengen met de omgeving, verteld ze aan iedereen die het horen wil, dat ik niet meer bij mijn vader vlak voor het sterven op bezoek wilde komen. Niets is minder waar. Het gedrag van mijn moeder is te begrijpen. Ik kwam al enkele jaren niet meer thuis. Zij wist dus niet of ik in die tussentijd er achter was gekomen dat ik het syndroom van Klinefelter had. Ze ging dus de discussie uit de weg. Dat deed ze al haar hele leven. Ze kon niet anders. Als ik het eerder had geweten. Geloof me ik was die discussie niet uit de weggegaan en had ze ter verantwoording geroepen. Toen ik er achter was gekomen. Heb ik mijn moeder een uitgebreidde brief geschreven. Ze belde me meteen op. Deelde mij mee dat ze er nooit wat van geweten had. Ze zou me nog een uitgebreidde brief terug schrijven. Daar zit ik nog op te wachten. Die heb ik nooit gekregen. Het is een geluk dat die brief bewaard is gebleven, die door het Militair Hospitaal aan hun verstuurd is. Hiermee kan ik tenminste hun leugenachtige houding aantonen.

    Ons gezin.
    Ik was het derde kind in ons gezin. Ik was hun eerste zoon. Tot de lagere school ging alles goed. Ik heb geen negatief beeld van de tijd voor mijn zesde jaar. Ook mijn vader ging veel met ons wandelen en het kaarten kregen we ook al jong geleerd, maar hij speelde nooit met ons op straat. De geschiedenis herhaald zich. Hij was wel een jonge vader, maar deed toch hetzelfde wat zijn vader deed.

    Op de lagere school is er ergens iets misgegaan, of men het onderzocht heeft, of dat ik niet voldeed aan de verwachtingen weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er eens een onderzoek heeft plaatsgevonden, naar mijn chronische bloedarmoede. Ik meen me ook vaag te kunnen herinneren dat men vaag deed over de uitslag. Het zou best kunnen dat ze vanaf die tijd hebben geweten dat ik geboren ben met het Syndroom van Klinefelter in ieder geval mijn moeder, mijn vader betwijfel ik.
    Ook hebben ze me de amandelen geknipt. Het precieze tijdstip weet ik niet meer. Dit kan ook voor de lagere schooltijd geweest zijn. Ik moet dus last gehad hebben van chronische keelontstekingen of men wist toen al dat ik acute reuma had, want dan doen ze die dingen ook weghalen. Voor dat je gaat snijden is er eerst een medisch onderzoek. Er zijn genoeg punten in mijn jeugd geweest, dat men er achter had kunnen komen. Mijn overtuiging is, dat dat ook zo is

    Op een internetsite heb ik ergens gelezen dat ouders die weten dat hun kind Klinefelter heeft vaak hun kind opvoeden tot dienstbaarheid aan de anderen in het gezin, omdat het kind, zo menen die ouders, niet voor een nageslacht zouden kunnen zorgen. Deze kinderen moeten dus het doel van dienstbaarheid nastreven, om hun leven toch nog zin te geven.
    Een paar voorbeelden van de werkzaamheden die ik thuis moest doen. Ik moest de kolenvuren brandende houden. We hadden 12 kippen, die ik moest verzorgen, dat heette ook dat ik voer moest kopen. Mijn broer kreeg een konijn cadeau, die ik moest verzorgen. Ik moest elke zaterdag voor de hele familie de schoenen poetsen. Ik moest elke zondag de wasketel voorzien van water. Zo'n tien emmers water gingen daarin. Ook het vuur eronder moest ik aanmaken. Toen mijn vader in 1963 hernia kreeg moest ik op een leeftijd van 11 jaar de tuin onderhouden. Elke maandagmorgen moest ik de waslijnen schoonmaken. In het huishouden deed ik daarnaast ook nog de werkzaamheden die een ieder ander ook moest doen. Als de kelder vol liep moest ik samen met mijn moeder er voorzorgen dat hij droog werd. Op de maandag morgen, als de was opgehangen werd, moest ik de waslijnen schoonmaken. Ik was groot (Klinefelter) en kwam daardoor makkelijk aan de lijnen die zo wat op 1,80 hingen. De tuin was een 40 meter lang en aan beide kanten hingen die lijnen om de 2 meter stond een paal. Het was een natte doek waar het mee gebeurde. Elke stukje lijn werd 3 maal schoongemaakt. In de winter was het vreselijk. Voordat ik achter in de tuin was vielen me de handen van de kou zowat van het lichaam af. Ook dit moest ik doen. Deed mijn moeder niet en ook die anderen niet.
    En mijn vader? Die deed de tuin toen hij het nog kon, en werkte op de mijn. En deed voor de rest niet veel. Maar zo was hij opgevoed, en mijn moeder zette dat beleid voort. En deed ik niet meteen wat ze zeiden, of niet dat wat zij bedoelde, dan had mijn moeder de handen los zitten, en hielp dat niet dan had mijn vader de handen nog losser zitten. Volgens mij was ik ook de enig die slaag van hem kreeg. Zijn dochters sloeg hij niet, omdat het vrouwen waren en mijn jongste broer niet, omdat het zijn oogappel was een normale zoon, die hij op de wereld had gezet met de helm op (ongebroken vlies), omdat de vroedvrouw te laat was.

    In dat gezin groeide ik op. Moest veel te zwaar werk doen, voor de aandoeningen die ik had. Was zo moe overdag, dat ik op school steeds in slaap viel, en daarmee jarenlang gepest ben.
    En mijn ouders steunden me nergens in. Nee sterker nog ze lieten me alles alleen opknappen.

    Een klasgenoot op de lagere school sloeg me eens de bril van mijn neus af, dusdanig dat hij kapot was. Ik was een jongetje dat zich niet durfde te weren. Een gevecht aangaan was voor mij uit den boze. De angst dat ik het niet levend zou afbrengen was te groot. Thuisgekomen kreeg uiteraard een pak slaag, omdat ik me niet geweerd had. Vervolgens moest ik alleen naar de vader van die jongen gaan, om de schade te verhalen. Normaal zou je verwachten dat je samen met je vader er naar toe gaat. Dat gebeurde niet. Ik zal toen 8 jaar geweest zijn.

    De mooiste tijd was, als we bij familie op bezoek gingen of als familie op bezoek kwam, deze moesten dan de indruk krijgen dat we een gelukkig en harmonieus gezin waren. Niets was minder waar.
    Een nichtje van me zou bij ons komen logeren. Ze is een dag gebleven en wilde meteen weer naar huis. Toen werd dat uitgelegd als heimwee. Niets is minder waar. Van bij ons uit ging ze naar mijn tante in Ubachsbergh. Daar is ze 14 dagen gebleven. Ze mailde me. De werkelijke reden was dat ze niet tegen de agressiviteit in het gezin van ons kon.
    Vroeger had je op Terwinselen een badhuis. Waar je meerder malen per week een bad kon nemen. Daar ben ik nooit geweest. Iedereen kwam daar, behalve het gezin Crutzen niet. Toen we te groot waren voor een badkuip werd er een douche aangelegd. Als een van de eerste in het dorp Terwinselen, waar het badhuis een van de sociale omgangsvormen was in die tijd. Waarom hadden wij zo vroeg een douche? Mochten de anderen de blauwe plekken niet zien? wie zal het zeggen, ik weet het niet meer, maar het heeft me wel altijd bevreemd. Des te vreemder was het, omdat mijn vader in die tijd weinig geld had in verband met een schuld, die hij moest betalen, omdat de 3 kinderen van het gezin waar mijn vader toe behoorde het huis van hun moeder gekocht hadden, om zo weer de geldschuld van een stiefdochter af te betalen. Dit kan ik bewijzen, hier heb ik de stukken van in mijn bezit.

    De mooiste herinneringen heb ik aan de bezoeken aan mijn pete tante. De jongste zus van mijn moeder. Ik reed daar elke vakantie op mijn fietsje naar toe. Ondanks dat ze het druk had, ze had een café/pension, zette ze me die ene dag in het zonnetje. Die ene dag was er niemand die op me vitte en me sloeg. Een dag vol liefde.
    En neef van me kon zich dit nog goed herinneren. Zij vroegen dan aan hun moeder waarom ik zo verwend werd. Haar antwoord was. Vincent heeft het heel moeilijk en zwaar thuis. Laat ik hem dan eens af en toe verwennen zodat hij even op rust kan komen, was haar antwoord. Hoe kon mijn Tante weten dat ik het moeilijk en zwaar had thuis. Heel simpel, ze wist wat ik had. En dat is me weer door een ander tante bevestigd, want zij wist het ook.

    Ik groeide op en de dienstverlening naar de anderen leden in het gezin werd een vanzelfsprekendheid. Inkopen met mijn moeder voor iedereen alles maken in huis, zonder ooit er iets voor terug te krijgen was vanzelfsprekend. Een slaaf betaal je niet. Zelfs niet met een compliment. Dat groeide uit naar enkele dieptepunten in mijn leven, maar daarover meer in "broer en zussen".
    In 1985 verliet ik de ouderlijke woning in mijn 33ste levensjaar. Een van mij zussen vond, dat ik mijn ouders in de steek liet. Zelf was ze op haar 18de de deur uitgegaan. Ook vond men dat ik mijn ouders moest verzorgen, moesten die ooit dusdanige kwalen krijgen, dat ze hulpbehoevend waren.

    Voor mijn ouders was het belangrijkste dat er kleinkinderen kwamen.
    Als je ging trouwen kreeg je een wasmachine cadeau. Als je niet ging trouwen kreeg je niks. Ik was dus dubbel benadeelt. Ik had niet de drang, door het syndroom van Klinefelter, om achter de vrouwen aan te gaan, bovendien kon ik geen kinderen krijgen. Maar er was wel een hoge psychische druk in mij, omdat ik niet aan deze voorwaarden kon voldoen, maar mijn ouders niet wilde teleurstellen. De druk was pas over bij het overlijden van mijn vader.

    Mijn broer, die super intelligent was, begon na zijn atheneum aan een opleiding economie. Na het behalen van zijn kandidaats, verhuisde ik hem naar Groningen om daar filosofie te studeren. Voor mijn vader, ik denk wel de grootste teleurstelling van zijn leven. Zijn oogappeltje deed niet wat van hem verlangt werd. Ik kan het weten, want ik woonde in die tijd nog thuis. Mijn broer ging samenwonen en kreeg een kind, een zoon. Toen ik samen met mijn ouders naar Groningen ging, heb ik het gelukkigste moment in het leven van mijn vader meegemaakt. Het moment dat hij zijn kleinzoon in de armen mocht nemen. Alles was vergeven en vergeten. De stam Crutzen was gered.


    First they ignore you,
    then they laugh at you,
    then they hate you,
    then they fight you,
    then you win.

    Mahatma Gandhi

    Kinderen nemen het gedrag over van ouders. Als zij zien dat, een van de kinderen wordt verwaarloosd en als slaaf wordt behandeld, dan denkt men dat het normaal is. En als de kinderen volwassen mensen zijn en het gedrag wordt door de ouders niet gecorrigeerd, dan duurt het tijdens de volwassenheid gewoon voort en men beschouwd het als normaal.
    Ze zouden zich eens in het Klinefeltersyndroom moeten verdiepen als ze het nog niet gedaan zouden hebben. Maar verdiepen in het Klinefeltersyndroom, zou ook kunnen betekenen, dat ze zouden moeten erkennen, dat er heel wat mis is gegaan door hun gedrag. En of men dat kan, daar heb ik mijn twijfels over.

    Als kinderen, maar ook volwassenen, merken dat iemand verbaal minderwaardig is aan hun zelf, dan wordt deze persoon al gouw als pispaaltje gebruikt. Ik heb het geluk gehad, dat ik eind jaren 70 begin jaren 80 een kaderopleiding heb gehad van de vakbond. Deze opleiding heeft er voor gezorgd dat ik een stuk mondiger werd. Hieraan kun je zien dat een goede begeleiding van de ouders een heleboel problemen zouden kunnen voorkomen.

    De ouders hebben de richting aangegeven en de kinderen hebben gevolgd. Ik heb het ook altijd normaal gevonden, tot een bepaalde leeftijd, dat ik zo werd behandeld. Toen ik op mezelf ging wonen is langzaam de kentering gekomen. Ik kreeg vrienden en deze mensen gingen anders met me om. Ze hadden respect voor mij en complimenteerde mij met wat ik deed. Dat waren voor mij ongekende gevoelens.
    Mijn broer en mijn zussen en ook sommige aangetrouwde (die dat gedrag overnamen), gingen gewoon verder met waar ze gebleven waren. Ik zal eens een paar voorbeelden geven. In 1988 waren mijn ouders 40 jaar getrouwd. We zouden naar Ede in een boerderij gaan met zijn allen en daar zou een boek wat we samen hadden gemaakt worden aangeboden. Mijn bijdrage zou zijn dat ik oude niet gekende foto's zou zoeken en ik zou een videofilm maken, bovendien had ik de uitnodigingen ontworpen en gemaakt, het kerkboekje, het menukaartje enz.enz. Ik haalde fantastische leuke ongekende negatieven boven water. Ik ben dagen bezig geweest om ze te ontwikkelen, want fotograven deden dat niet. Daar waren de negatieven te oud voor en het zou ook te duur worden. 60 % van de inhoud van het boek was van mij. Bovendien had ik nog een mooie foto van mijn vader gevonden met een deel van zijn kinderen. Daar had ik een grote foto van gemaakt en deze werd los aangeboden. Toen ik het boek in handen kreeg en keek op de laatste bladzijde waar de naam van de samenstellers stonden, stond iedereen in het boek, behalve ik. Felicitas, was de samensteller van het boek, zij had me dat kunstje geflikt. Op dat moment ga je door de grond, ik had hun het feest kunnen bederven, door een scène te maken, heb ik niet gedaan. Ik heb gewacht tot dat alle feesten voorbij waren en heb mijn ouders er op aangesproken. Zij vonden dat het hun niks aanging en ik moest het me zelf maar uitzoeken. Ze accepteerde hiermee dat ik geen deel uit maakte van het gezin. Het gedrag werd zoals dat altijd al was, niet gecorrigeerd.
    Ben Savelsbergh, die getrouwd is met mijn oudste zus Magda, kocht zich een nieuwe auto, het geld daarvoor werd bij mij geleend. Aan de terugbetalingstermijnen hield hij zich niet. Ik moest hem steeds smeken om het geld terug te krijgen.
    Voor diezelfde Ben S maakte ik de auto, ik ben automonteur. Als de onkosten die ik maakte 75 gulden waren, meende hij dat 50 gulden ook genoeg waren.
    Als ik gereedschap kocht en hij leende het, kreeg ik het nooit terug, hij zei dan gewoon dat het van hem was en dat hij het had gekocht. Hij wist gewoon, dat ik niet werd geloofd in het gezin en dat buitte hij uit. Hij had dat gedrag geleerd van zijn vrouw mijn zus.

    De schoonouders van Magda (de oudste) waren 50 jaar getrouwd en ik zou een videofilm maken. Ik was met de broer van mijn schoonbroer, die alles organiseerde overeengekomen dat ik 35 gulden per band zou krijgen. 10 gulden voor de band 25 gulden voor de overige kosten. Het is een fantastische film geworden, waar ik drie weken op heb zitten te monteren. Ik had toen nog geen Imovie van Apple, het moest alles met de hand gebeuren. Toen ik hem aanbood aan mijn zus, vond ze dat 10 gulden meer dan genoeg was, want dat koste de band. Het werk werd niet beloond. Ik heb het contact met Ben en Magda toen verbroken. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. En mijn ouders deden niks, lieten alles gebeuren.
    Ik heb de film hergemonteerd en een DVD versie opgestuurd aan een van de broers van Ben. Niks meer van gehoord. Blijkbaar is het een familietrekje.

    Op een zondagmorgen zat ik, een paar jaar daarna, thuis bij mijn ouders. Mijn vader zat in de voorkamer televisie te kijken, en ik zat in de achterkamer met mijn moeder aan de tafel. Cecilia, mijn twede zus, kwam binnen. Ze vroeg me of ik iets voor haar wilde doen. Ik zei haar dat ik daar geen tijd en de mogelijkheden daarvoor niet had. Ze liep naar de voorkamer, kwam terug, en meende dat ik in het gezin Crutzen niks meer te zoeken had. Ze had dit in overleg met de anderen besloten en waren opzoek geweest naar een tijdstip om me dat te zeggen. Ik kon maar beter verdwijnen. Mijn moeder die er bij zat liet dit allemaal gebeuren, zij greep niet in. Ik ben een jaar niet meer thuis gekomen. Na dat jaar nog eens bij mijn ouders op bezoek gegaan. Mijn vader vroeg me waar ik al die tijd had uitgehangen. Ik verteld het verhaal. Hij wist van niks. Maar hij corrigeerde het gedrag van Cecilia ook niet. Dat mijn vader niks wist was niet verwonderlijk. Mijn vader wist nooit iets. Hem werd gewoon nooit wat verteld.

    Ik zou nog drie kantjes vol kunnen schrijven over al de vernederingen die ik heb moeten trotseren. Het zijn maar voorbeelden, van een gezin, waar iedereen wist, behalve ik, dat ik het Syndroom van Klinefelter had. En waarvan men dacht, dat deze mensen een geestelijke afwijking hadden.
    Ik ben er eens te meer van overtuigd, dat men het wist, omdat Liduina (ook een zus) medisch analiste is, eerst in het ziekenhuis van Kerkrade, daarna in het
    Radboudziekenhuis van Nijmegen. Voor haar is het dan ook heel eenvoudig om erachter te komen wat het Syndroom van Klinefelter is. Ik zelf vond dat deze zus mij het meest onmondig maakte vernederde en onderdrukte. Toen ik bij het overlijden van mijn vader weer eens een keer het huis uit gezet werd, maakte ze de opmerking: Ik moest niet menen dat ze achterbaks waren. Het is nooit mijn gedachtengoed geweest om op die manier te denken.
    Veronica komt niet zo vaak in de verhalen voor. Van haar heb ik dan ook de minste last gehad. Maar ook zij was, zeker als ze in gezelschap is van de rest van de familie, bevallen van de kwaal.
    Natuurlijk heb ik diverse keren geprobeerd, om erachter te komen waarom dat ze dat gedrag vertoonden. De laatste keer in 1998 toen mijn ouders 50 jaar getrouwd waren. Ik kreeg maar twee reacties op mijn verhaal. Een positieve van mijn derde zus, een negatieve van mijn broer. Normaal had hij nooit een mening. Nu op eens wel. Van de rest heb ik nooit meer iets vernomen. De dagen dat ik thuis ben geweest omdat mijn vader overleden was, waren een hel. Het leek of ik de pest had. Nikie met haar vriend, waren de enige die nog een beetje normaal met me omgingen. Ik wist toen nog niet dat ik het Syndroom van Klinefelter had. Ik heb mezelf niks te verwijten, ik ben altijd een goede broer, schoonbroer en oom geweest. Stond altijd voor iedereen klaar, ondanks dat ik vaak als vuil behandeld werd.
    Voor mijn eigen bestwil heb ik op een gegeven moment met de familie gebroken.

    Ik moet nu lachen om hun gedrag. Als je jaren niet meer thuis komt ga je de wereld anders zien. Je gaat het gedrag van hun relativeren en als je dan leest dat je het Syndroom van Klinefelter hebt, vallen alle puzzelsstukjes op zijn plaats, je beseft dan ook hoe dom ze zijn, ondanks dat ze ing., drs., dr., ir. of prof. zijn. Domheid heeft niks met intelegentie te maken.