Persoonlijk vind ik het hele psychologische onderzoek de grootste flauwekul.

Wanneer iemand uit de kast komt als lesbienne, homo, interseksueel of wat dan ook, wordt er toch ook geen psychologisch onderzoek ingesteld. Niemand vraagt zich dan eerst af of die persoon wel “geschikt” is om zichzelf te zijn.

Waarom moet dat dan wél als iemand besluit om zijn of haar gender te volgen? Wat is dat voor een onzin?

Door deze onderzoeken wordt je vanaf het begin al gestigmatiseerd. Er wordt als het ware gesuggereerd dat er iets mis met je is, dat eerst onderzocht moet worden voordat je jezelf mag zijn.

Het is dan ook niet vreemd dat transgenders in de maatschappij nog steeds zo slecht geaccepteerd worden en vaak als abnormaal worden gezien. Dat beeld wordt mede veroorzaakt door dit soort procedures.

Als iemand van geslacht verandert en daarbij psychologische ondersteuning nodig heeft, dan moet een psycholoog er zijn om te helpen. Om te begeleiden wanneer dat nodig is.

Maar niet op de manier zoals het nu gaat. Niet door eerst te bepalen of iemand wel “mag” zijn wie hij of zij is.
De Psycholoog

Op 11 september 2017 begon het traject pas echt. Ik had een afspraak met, toen nog, Valerie Nuboer. Zij zou mijn psycholoog worden.

Zoals gezegd had ik ervoor gezorgd dat ik aan alle eisen van het VUmc voldeed: op gewicht, niet roken, niet drinken en geen drugs gebruiken.

Ik zat in de wachtkamer en even later hoorde ik mijn naam. Daar stond ze dan: een kleine, gezette mevrouw. Ik liep achter haar aan door de gang. In mezelf moest ik lachen. Men stelt allerlei eisen aan anderen, dacht ik, maar houdt zich er zelf niet aan. Ik had me drie keer achter haar kunnen verbergen.

Het gesprek begon met een uitleg over wat me allemaal te wachten stond. Daarna begonnen de vragen. Bij het traject hoorde ook dat je je levensverhaal moest opschrijven.

Dat levensverhaal schrijven had mij bijna het leven gekost. Ondanks dat ik haar naar mijn website had verwezen, waar alles al uitgebreid beschreven stond, moest het toch opnieuw, vond zij.

De vragen die mij die middag gesteld werden, kwamen van iemand die duidelijk niet wist wat het betekent om Klinefelter te zijn. Met de minuut begon ik me meer te ergeren aan die onkunde.

Ik kreeg vragen die men normaal aan een man stelt. Maar ik was nooit echt een man geweest. Hoe kon ik die vragen dan beantwoorden? Dat ging eenvoudigweg niet.

Het liep volledig vast.
Ik begon me zelfs af te vragen of ik niet beter naar Zuyderland had kunnen gaan.

Aan het einde van de sessie heb ik haar gezegd dat ze eens met de endocrinologen van het VUmc moest gaan praten. Zij konden haar misschien uitleggen wat het betekent om een Klinefelter te zijn.

Ik vermoed dat ze dat niet in dank heeft afgenomen.

Maar ook dat is Klinefelter: direct zijn. Misschien ook een beetje de Amsterdamse mentaliteit.

De maanden daarna sleepte het zich voort. Elke sessie opnieuw ging ik met tegenzin naar Amsterdam. De spanningen liepen zo hoog op dat ik in december 2017 zulke ernstige hartritmestoornissen kreeg dat ik een maand moest overslaan om tot rust te komen.

Toen ik in februari weer terugkwam, schoot het nog steeds niet op. Blijkbaar had ze mijn adviezen niet opgevolgd. Ik kon er althans niets anders van maken.

In mei 2018 zat er plotseling een tweede psycholoog bij het gesprek. Die stelde nog dommere vragen. Zo vroeg ze bijvoorbeeld of ik ook wel eens in een jurk rond wilde lopen. Terwijl zijzelf en haar collega allebei gewoon in een broek rondliepen.

Ik dacht: begin eerst eens met jezelf voordat je zulke vragen aan mij stelt.
Ook deze psycholoog had geen enkel idee wat Klinefelter eigenlijk is. Veel Klinefelters hebben een vorm van autisme. Bij mij is dat niet zo, al wordt het er soms wel mee verward.

Ik ben hoogbegaafd — volgens de laatste psycholoog die ik had een IQ van 140 — en ik heb een fenomenaal geheugen. Ik merk alle details op. Dyslexie komt bovendien vaak voor bij hoogbegaafde mensen.

Maar in de bureaucratische werkelijkheid van het Amsterdam UMC telt dat allemaal niet.

Als er een
M in je paspoort staat, moet je je ook als man gedragen. Staat er een F, dan hoor je je als vrouw te gedragen. Daartussen bestaat voor hen blijkbaar niets.

In de poppenkast van het Amsterdam UMC moet je dus als vrouw rondlopen, anders ben je er volgens hen geen.

Toen ik die dag naar huis ging zag ik het somber in. Waar was ik aan begonnen? Ik liep al acht maanden tegen een muur van psychologen aan die niet begrepen dat ik nu eenmaal anders in elkaar zat.
Maar zoals het vaker gaat: wanneer de wanhoop het grootst is, komt soms de redding.

In de trein pakte ik mijn iPad. Ik had een iPad Pro met een telefoonkaartje erin en begon te zoeken naar oude e-mails. Ik vroeg me af of ik de mails uit 2002 nog had. Dat was nog vóór de tijd dat ik testosteronsuppletie kreeg.

In die periode had ik contact gehad met enkele transgenders die ook Klinefelter hadden, maar als vrouw leefden. Ik had hun toen geschreven dat ik dat ook wilde.

En inderdaad — ik had die mails nog.

Ik maakte er schermafdrukken van, logde in op mijn account van het VUmc en stuurde de afbeeldingen naar mijn psycholoog. Zonder commentaar. Ik wees alleen op de datum waarop ik ze geschreven had.

In juni zou er over mij beslist worden: of ik mocht overstappen van testosteron naar oestradiol, van het mannelijke naar het vrouwelijke hormoon.

Op
vrijdag 13 juli 2018 — ik ben zelf ook op een vrijdag geboren — werd de fout van 1951 eindelijk rechtgezet.

Men erkende dat ik genderdysforie had en dat ik kon overstappen naar het vrouwelijke hormoon.

Na 66 jaar kreeg ik eindelijk erkenning.
Ik kon mijn tranen niet bedwingen.
Er werd een afspraak gemaakt voor
30 augustus 2018. Toen was ik 67 jaar.

En op
31 augustus 2018 begon mijn transitie naar vrouw.